De geboorte van Tipo
kinderen/basisschool | januari | 07 Juli 2011 | 11:59:07
Tipo

Tja, begin ik daar een verhaaltjes site, terwijl niemand er om gevraagd heeft, niemand er waarschijnlijk behoefte aan heeft en de enige die het leuk vindt, waarschijnlijk ik zelf ben.


Wie is Tipo eigenlijk? En wat wil ik er mee? En nog veel belangrijker, wat heeft die ene verdwaalde lezer er aan?


Nou Tipo is voor mij een herinnering. Tipo werd geboren uit de fantasie van mijn kinderen op de vraag, waar moet ik een verhaaltje over vertellen.   Zo werd de naam en het uiterlijk van het vogeltje gevormd. Ik vertelde Tipo verhaaltjes aan mijn kinderen, vlak voor ze gingen slapen.
 
Eigenwijs als ik ben, vertelde ik een spannend verhaal en stopte dan midden in het verhaal, daar waar het net echt spannend werd. Totaal verkeerd dus volgens Freud.   Ik vond het altijd erg leuk als mijn kinderen probeerden te verzinnen, hoe het verhaal dan verder zou gaan.
Dit versterkte hun fantasie, scherpte hun denkvermogen en leerde ze nog een heel belangrijk ding: In het leven krijg je niet altijd je zin.
 
Onverbiddelijk ging ik namelijk naar beneden en gaf geen gehoor aan hun vraag om het verhaal af te maken. Wel was het dan de volgende dag leuk om te merken dat de kinderen bijna gehaast naar bed gingen, want ze wilden het verhaal weer opnieuw oppikken en horen hoe de held van het verhaal, Tipo dus, zich uit de benarde situatie vandaan redde.

Ik probeerde de verhaaltjes, die dus altijd in twee dagen verteld werden, zo actueel mogelijk te houden; in de zomertijd, zomerse verhalen, herfttijd herfstverhalen, kersttijd kerst verhalen enzovoort.


Mijn ideaal was eigenlijk dat deze verhaaltjes in een soort boekvorm zou worden uitgebracht, inclusief losbladige tekeningen, die de kinderen zelf konden inkleuren. Nu door de opkomst van internet, heb ik besloten om langs deze weg, anderen kennis te laten nemen van een klein vogeltje, die in de kinderwereld spannende avonturen beleeft.


Zelf vond ik het voorlezen een klein pareltje van rust na een drukke dag van werken. De kinderen kropen dicht bij je en  dat gevoel van samenhorigheid en veiligheid geeft me nog steeds een prettig gevoel als ik er aan terug denk. Ik zou zeggen, probeer de verhaaltjes maar eens uit. Breng je kind(eren) naar bed en vertel het eerste Tipo verhaal:  Veel plezier!
 
 

Wil je mijn visitekaartje?
Tipo en de ijshond
januari | 31 Maart 2010 | 12:53:00
Het was die morgen behoorlijk koud en toen Tipo zijn warme nestje uitkwam, zag hij dat er overal sneeuw lag. Ojee , dat betekent vaak voor een vogeltje harder werken om iets te eten te vinden. Een worm was er toch al niet meer, want de grond was hard en koud en nu met sneeuw kon hij ook een spinnetje en een torretje minder snel vinden.. Maar omdat Tipo een slim vogeltje is, wist hij wel waar hij iets lekkers kon krijgen.   Tipo had ontdekt dat in het park een heleboel eendjes in een vijver zwommen. En die eendjes werden altijd gevoerd door mensen. Die vonden dat leuk en helemaal als het koud werd, gooiden de mensen soms zoveel lekkere dingen neer, dat een klein vogeltje als Tipo daar gemakkelijk zijn buikje vol van kon eten. Tipo vloog dus snel naar het park en zag dat de vijver in het park bijna helemaal dicht gevroren was. Een klein stukje was nog water en daar waren alle eendjes druk aan het werk.   Tipo snapte niet waarom ze zo heen en weer bleven zwemmen. "Daar wordt je echt heel erg moe van, " dacht hij nog.   Een grote eend legde het hem uit :   " Wij zwemmen heen en weer, anders bevriest dit water ook! en dan hebben wij geen water meer om te drinken en om ons voedsel te vangen. Tipo wist dat eendjes vaak kleine waterbeestjes aten en planten in het water.   Dat konden ze niet doen als de hele vijver was dicht gevroren, dat snapte hij ook nog wel!. Hij hoorde dat de eendjes met elkaar de hele nacht al bezig waren geweest om de wak open te houden door heen en weer te zwemmen. Als een eendje moe werd ging hij wat slapen en nam een andere eend het zwemmen over.
 
De eendjes hoefden echter niet bang te zijn dat ze zouden verhongeren. Veel mensen gingen fijn in de sneeuw wandelen en namen dan een broodje mee naar het park om de eendjes te voeren. Zo gebeurde het dat Tipo zijn buikje ook gemakkelijk vol kon eten met alle kruimeltjes en stukjes brood die de mensen verloren bij het voeren van de eendjes. Het bleef die dag gezellig druk in het park en ondanks dat het erg koud bleef, was er zoveel te beleven, dat Tipo er bijna geen erg in had dat het al weer donker begon te worden. De straatlantaarn bij de vijver ging al aan en scheen zijn licht op de bevroren vijver met de wak met eenden. Tipo zou net naar zijn nestje gaan, toen hij plotseling een jongentje hoorde roepen. " Nora,   Nora, kom, kom bij baasje, hier pak de bal!"
Tipo zag hoe je jongen een sneeuwbal maakte en deze in het park gooide. In een flits schoot er een snelle schaduw langs het jongentje, die hierna luid en vrolijk blaffend hapte in de sneeuw op zoek naar de witte bal. Wat een mooie jonge hond was dat, dacht Tipo. Tipo zag hoe de jongen zijn hondje knuffelde en hoe blij ze met elkaar waren. Wat leuk was dat. Steeds als de jongen een sneeuwbal gooide, riep hij dat Nora de bal moest zoeken en Tipo hoorde hem schaterlachen als zijn hondje de sneeuwbal niet kon terugvinden in de sneeuw.
 
Tipo zag hoe de jongen een sneeuwbal gooide in de richting van de vijver en dat de hond er luid blaffend achteraan holde.
De eendjes bij de vijver snapten niet dat de hond geen kwaad in de zin had en alleen maar wilde spelen en vlogen angstig weg. Luid snaterend waarschuwden ze de andere nog slapende eendjes dat er gevaar was.Zo gebeurde het dat Nora opeens overal opvliegende eenden om hem heen zag. Dat vond hij leuk al die speelkameraadjes! Luid   blaffend en happend naar al die vliegende ballen, want dat dacht het domme jonge hondje nog, rende hij verder achter de eendjes aan.   Het jongentje zag hoe de eendjes schrokken en wegvlogen en vond dat niet leuk. "Nora, kom bij baasje, Foei Nora, dat mag niet, kom hier!"   Nora hoorde zijn baasje wel,   maar vond al die vliegende eendjes veel te leuk om te stoppen en heel ondeugend deed hij net of hij zijn baasje niet hoorde.   Kijk daar zag hij een hele groep van die beestjes bij elkaar. Misschien kon hij die ook lekker aan het schrikken maken en snel holde hij al blaffend op ze af. Had hij maar geluisterd naar zijn baasje. Hij zag te laat dat deze eendjes in een wak zwommen en nu razendsnel opvlogen. Hij probeerde nog te remmen, maar door het gladde ijs gleed hij door om met een plons in het ijskoude water terecht te komen.   Oh wat was dat een schrik, het water was zo koud dat het bijna pijn deed. Weg was de pret en geschrokken probeerde Nora naar de rand van het wak te zwemmen om uit het water te komen. Bij de rand van de wak brak steeds het ijs af en het water was te diep om zich af te zetten en zo kwam het dat het hondje alleen met zijn voorpootjes op het ijs krabbelde en hij piepte en huilde om zijn baasje voor hulp.

Geschrokken had het jongentje gezien hoe ongehoorzaam zijn hondje was geweest en doorging met de eendjes opjagen en niet wilde terug komen. Even was hij boos geworden, maar toen hij zag hoe Nora opeens in de wak was gegleden was hij erg geschrokken. Zijn papa had nog zo gezegd dat hij niet op het ijs mocht, want het was nog te dun om over te lopen. Maar daar was zijn hondje en die verdronk nu bijna. Bijna zonder na te denken , vloog het jongentje naar de wak met de spartelende hond. Tipo zag hoe alle eenden waren weggevlogen en op grote afstand keken wat er allemaal gebeurde. Als dat maar goed ging.   Tipo vloog snel dichterbij en zag hoe het jongentje met een een been door het ijs zakte en dat zijn broek helemaal nat en koud werd.   Toch gaf het jongentje het niet op en bleef verder lopen in de richting van de spartelende en huilende hond. Tipo zag hoe de jongen zich op zijn buik liet vallen en zo vlak bij de wak en zijn hond kroop. Dat was best wel slim, want dan zak je niet zo snel door het ijs , wist Tipo.   Tipo zag hoe het jongentje de hond bij de halsband pakte en omhoog prbeerde te trekken. Daar was de hond toch echt te groot en hen jongentje nog te klein voor. Nu begon ook het jongentje te huilen. Tipo hoorde hem tegen zijn hondje zeggen: " Het lukt me niet Nora, ik ben niet sterk genoeg, maar ik laat je niet verdrinken hoor, ik blijf je vast houden. Oh was papa er maar!" Door het gespartel van de hond en het brekende ijs was het jongentje nu ook helemaal nat en ijskoud geworden. Tipo wist hoe gevaarlijk dat kon zijn. Hij had vaker dieren gezien die dood waren gegaan, omdat ze nat en koud waren geworden in de winter.   Wat moest hij doen, razendsnel dacht Tipo na.
Hoe loopt dit af? Morgen weten we het.

Tipo zag hoe de kou langzaam maar zeker er voor zorgde dat het hondje steeds zwakker werd en ook het jongentje verloor de kracht in zijn handjes door de kou. Dit kon niet goed gaan. Oh waren die mannen en maar met die rode pakken, die Tipo toen geroepen had dat er schapen in het water waren gevallen. Maar wisten die mannen niets van het jongentje en de hond in de wak af, dus die waren niet in de buurt. Het was al bijna donker en er liep bijna niemand meer op straat.. Toen Tipo snel heen een weer vloog op zoek naar hulp   zag hij opeens de grote groep eenden die nu ver van de wak waren neergestreken.
 
Tipo hoorde hoe ze mopperden op die hond en dat jongentje, dat ze wakker waren geschrokken en dat de hond bijna een paar eenden had gebeten.   Nee ze moesten niets van honden hebben, daar hadden ze geen goede ervaringen mee.   De ene eend zat nog luider de kwaken, dat hij het wel goed vond dat de hond nu verdronk, dan de andere die het ook wel een beetje zielig vond. Tipo kreeg opeens een idee. Hij vloog naar de moeder eend, die de baas was van de eende groep en vroeg of zij hem wilde helpen.   Eerst wilde de oude wijze eend niet, maar toen ze Tipo wanhopig hoorde praten en smeken om hulp, besloot ze te doen wat het kleine vogeltje vroeg.   Met twee drie kwaken stuurde ze de groep van wel vijftig eenden naar de tuin van een woning, waar nog licht brandde.
 
En toen Tipo voor het raam fladderde zag hij dat een man en een vrouw en een paar kinderen tv zaten te kijken en niet in de gaten hadden, wat er buiten gebeurde.   Tipo spreidde zijn vleugeltjes en staartje uit om bijna stilstaand te kunnen kijken in de woning en op dat moment scheen het licht van de lamp in huis op zijn staartje.   Dat flitste in de diamantjes in zijn staart alsof iemand een foto nam. En verbaasd keek de man en zijn vrouw naar buiten, wat er aan de hand was. Daar zagen zij dat hun hele tuin vol met luid kwakende eenden zat , die opgewonden heen en weer liepen en snaterden   dat het een lieve lust was.
"Doe je jas aan vrouw," zei de man," er is iets aan de hand, de eenden van het park zijn helemaal in paniek, er is vast iets gebeurd".   De man was nog niet buiten of alle eenden liepen in de richting van het park, een grote lange rij snaterende eenden met daar achter de man en de vrouw en even later ook de kinderen.   De man had een zaklantaarn meegenomen en zag al snel waar de eendjes hem mee naar toe wilde nemen.   "Vlug vrouw, bel de politie en de de ambulance, ik ga ze helpen! "
 
De man holde naar de wak en daar vlak bij gekomen , zakte ook hij door het ijs. Oh wat was het koud, maar de man was groot en hij kon wel met zijn voeten bij de bodem van de vijver. Met grote stappen, liep hij naar de jongen en pakte hem beet en met zijn andere arm greep hij het hondje bij zijn halsband en zwaaide hem met een grote zwaai   over het ijs naar de veilige kant.   Arme Nora, hij kon bijna niet meer lopen van de kou en vermoeidheid.   Toch wilde hij terug naar zijn kleine baasje, totdat hij zag dat de man de jongen heel voorzichtig in een deken wikkelde en in de richting van zijn huis liep. Alle eenden holden zo snel ze konden naar hun wak en waren weer blij dat ze hun eigen plekje weer terug hadden.   Toen even later de politie kwam met de ouders van het jongentje,   besloot Tipo dat hij ook maar zijn nestje zou gaan opzoeken. Hij zag nog net hoe het hondje ook lekker warm gewreven werd en meegenomen werd door een paar mensen die door de politie naar de vijver waren gebracht.
Wat Tipo niet wist, was dat de volgende dag een groot stuk in de krant stond over de levensreddende eenden van het park. Die hadden volgens de krant bij mensen zoveel kabaal gemaakt dat die het jongentje en de hond hadden gered. Omdat de mensenvan het dorp   zo blij waren,   maakten ze speciaal voor de eenden een extra mooie open plek in het ijs en kregen ze extra lekkere hapjes. Zo waren de eenden maar wat blij dat ze geluisterd hadden naar Tipo en het hondje en de jongen hadden geholpen. Ze hoefden nu niet meer de hele nacht door te zwemmen om het water open te houden.
 
En Nora? die had geleerd dat hij ook moest luisteren naar zijn baasje en niet ongehoorzaam mocht zijn. En verder was hij o zo blij met zijn dappere baasje .   Hij snapte echt niet waarom de eenden hem geholpen hadden, maar hij besloot om nooit meer andere dieren zomaar te pesten of bang te maken.Hij had Tipo helemaal niet gezien en dacht dat de eenden hem hadden geholpen. Maar wij weten gelukkig beter.. En morgen beleefd Tipo weer een nieuw avontuur
 

Tipo en de stille happer
kinderen/basisschool | mei | 12 Januari 2010 | 15:39:02
Tipo was na het avontuur met de eierdieven en het paard en het meisje Ellen weer verder gevlogen. Hij had met Pluis de jonge vos afgesproken dat ze elkaar later nog wel zouden zien en zo kwam het dat Tipo weer een tijdje alleen over de bos en heide vloog.   Het was dan ook bij een meertje in de heide dat Tipo een heel leuk gezinnetje zag. Ze zag dat een moeder eend met een groepje van wel 9 jonge eendjes zwom in het meertje. Steeds als er gevaar dreigde, want dat loert er altijd in het wild natuurlijk voor kleine kwetsbare diertjes, zag Tipo dat de kleine eendjes razendsnel bij de moeder op de rug klommen en de moeder er dan snel vandoor ging. Tipo zag hoe de moeder eend les gaf aan haar kleine eendjes hoe ze eten bij elkaar moesten zoeken en al snel zag Tipo dat de kleine eendekuikentjes druk in het watergroen zaten te happen en kleine beestjes opaten. Tipo vond het een een heel lief gezicht, een klein eendje dat met zijn puntige staartje omhoog en zijn kopje onder water, wat lekkere waterplantjes naar binnen slokt.
 
Opeens zag Tipo iets vreemds. Daar aan de kant van het water zat een meisje doodstil op een stoeltje, op haar schoot had ze een groot schrift en heel snel ging haar hand over het papier heen. Ze zei niets en was heel druk bezig, terwijl ze tegelijkertijd niet wilde dat de eendjes bang van haar zouden worden,   dat had Tipo al snel door. Snel vloog Tipo naar het meisje toe en ging vanuit een boom kijken, wat ze daar eigenlijk deed. Snel zag Tipo dat het meisje tekeningen maakte van de moedereend en de kleine eendekuikentjes. Ook schreef het meisjes in het schrift wat de eendjes aten en hoe de moeder ze allerlei dingen leerde.
 
Op commando van de moeder verborgen de eendjes zich soms tussen het riet of tussen haar vleugels, andere keren fladderden ze achter haar aan of kropen bovenop haar rug. Tipo zag hoe de moeder ze onder haar vleugels verborg als er een reiger bij het meer ging landen en hoe de moeder dan zo ver mogelijk bij de rieger vandaan zwom. Ze wist dat reigers gemene dieren waren, die niet alleen kikkers, maar ook muizen, en kleine vogels, vissen  of eendjes op eten. Omdat het meisje dat ook wist, en  de reiger bang voor  het meisje was, gebeurde het natuurlijk dat de moeder eend zo dicht mogelijk bij het meisje bleef zwemmen. Die tekende dan de eendjes en als ze naar huis ging , gooide ze de resten van haar ontbijt voor de eendjes in het water. Omdat ze ook broodkruimels verloor hierbij , had Tipo meteen ook wat extra lekker eten!   Omdat het zo leuk was bij het heidemeertje bleef Tipo er een paar dagen.   Plotseling merkte hij dat de moeder eend steeds  nerveuzer werd en wat hem nog meer verbaasde was dat er nog maar vijf eendjes rond zwommen bij de moeder.. Wat was er gebeurd met de andere eendjes??
 

Tipo was al niet bang meer voor het meisje, want hij begreep best dat het meisje een grote dierenliefhebster was. Hij las op haar schrift dat ze Ilona heette en dat ze verhaaltjes schreef over dieren in het wild en daar mooie tekeningen bij maakte.   Tipo vond het maar reuze knap van het meisje en was steeds dapperder geworden doordat het meisje heel rustig en lief bleef, ook als Tipo vlak bij haar op een takje landde.   Tipo hoorde dat het meisje zich ook verbaasde over de steeds kleiner wordende eendjesgroep en hoorde dat het meisje dacht dat de reiger een paar eendekuikentjes had geroofd. Tipo begreep er niets van, steeds als de reiger in de buurt was, dan vloog de moeder met de jongen naar het midden van het water en daar kwam de reiger bijna nooit..


Nieuwsgierig vloog Tipo naar de moeder eend en vroeg waar haar andere kindertjes waren. Zijn kleine vogelhartje brak bijna, toen hij zag hoe verdrietig de moeder eend was. Ze vertelde dat ze er niets van begreep. Ze had steeds haar jongen weggehouden van alle gevaren en toch als ze maar even niet oplette leek het of er een jong eendje in een keer was verdwenen. Ze had wel een stevige plons gehoord, maar ondanks dat ze dan heel goed om zich heen keek, had ze nooit een rat zien zwemmen of een reiger zien vliegen met een klein eendje in zijn bek of snavel. Omdat Tipo het wel heel zielig vond, besloot hij de arme moeder eend te helpen en ook extra op haar kindertjes te letten. Ook Ilona zat nu niet alleen te tekenen , maar hield heel goed de omgeving in de gaten wie of wat er steeds een klein eendje wegpakte.   En morgen vertellen we verder hoe Tipo achter het geheim komt van de verdwenen eendjes..


Het was nog erg vroeg toen Tipo wat slaperig uit zijn oogjes keek en zag hoe een van de eende kuikentjes al dapper wegzwom bij zijn nog slapende mama eend vandaan. Tipo vloog wat dichterbij om dat lieve kleine eendje wat beter te bekijken. Hij moest lachen toen hij zag hoe het kleine eendje zijn best deed om kroos en plantenrestjes naar binnen te slobberen, net zoals zijn grote moeder had voorgedaan.   Tipo zat op een tak die iets over het water heen hing en vandaar uit kon hij goed het eendje bekijken en ook wat er direct in de omgeving van het eendje gebeurde. Nergens zag Tipo een ander dier bij het water,   het was nog heerlijk rustig in de vroege morgen uren.   Plotseling zag Tipo iets vreemds in het water. Net tegen de rietkraag aan, leek het wel of er een donkere schaduw langzaam in de richting van het kleine eendje dreef. Het was onder water en alleen omdat het water zo helder was en omdat Tipo zo hoog boven het water zat op zijn tak, maakte dat hij het kon zien. Tipo wist niet wat het was, hij zag alleen een lange donkere schaduw, geen poten van een beest, geen beweging van een staart,   alleen kwam de lange donkere schaduw vreemd genoeg recht op het kleine eendje af.     Het kleine eendje had nergens erg in en deed nog steeds zijn uiterste best om de lessen van zijn mama goed na te doen.   Zijn mama had hem wel verteld dat hij niet zo ver bij haar weg mocht gaan omdat er gevaar kon zijn, maar het kleine eendje meende dat als hij maar goed oplette er niets kon gebeuren. Daarom keek hij steeds of hij een reiger zag naderen of een rat aan zag komen zwemmen.   Zo klein als hij was, wist hij al dat hij dan zo snel mogelijk naar zijn mama terug moest gaan. Tipo werd toch een beetje zenuachtig en besloot naar het kleine eendje te vliegen.   Vlak boven het water vertelde Tipo tegen het kuikeneendje dat hij misschien beter terug kon gaan naar zijn moeder.   Het eende kuikentje was een beetje eigenwijs , want hij dacht dat zo'n klein vogeltje hem niet hoefde te vertellen wat ie wel en niet moest doen.   Hij ging dus eerst even luidkeels snateren en vertellen dat hij zelf wel uitmaakte of hij naar zijn mama ging zwemmen. Tipo werd ondertussen al zenuachtiger, want hoe krijg je zo'n klein eendje nu zo ver dat ie naar je luistert en dat terwijl de gekke donkere schaduw steeds dichterbij leek te komen. Van nerveusiteit spreidde Tipo zijn staartveertjes en de vroege morgenzon schitterde in zijn diamanten staartveren.   Op dat moment gebeurde er twee totaal onverwachtse dingen.   Het kleine eendje schrok van dat kleine vogeltje wat opeens wel een erg grote en schitterende staart bleek te hebben en draaide zich om en vluchtte zo snel als hij kon naar zijn moeder toe en tegelijkertijd klonk er als het ware een doffe klap in het water. De donkere schaduw was opeens verdwenen leek het wel, maar op de plaats waar nog maar enkele seconden daarvoor het eendje had gezwommen schoot een geschubt lang lichaam met wijd geopende bek tot boven het water uit om daarna met een plons weer te verdwijnen.
 
Tipo zijn hartje zat in zijn keel van schrik.   Een snoek, een levensgrote snoek! Tipo had van de andere dieren wel gehoord van de stille happer, want zo noemden de dieren de snoek. Geruisloos als een schaduw laat hij zich naar een prooi drijven of wacht af tot een prooi vlak bij hem langs komt om dan met een een klap van zijn sterke staart als een raket door het water te schieten en binnen een seconde zijn prooi in zijn sterke kaken mee te nemen tot de bodem van het water. Omdat het eendje op het laatste moment was weggevlucht door Tipo en de Snoek in de war was geraakt door de felle schittering van Tipo's staartveren, was de aanval mislukt.   Dus dat was de moordenaar van de andere kleine eendjes, geen wonder dat niemand wist hoe de eendjes verdwenen waren.. Toen begreep Tipo wat hem al eerder was opgevallen, er waren bijna geen kikkers in het water, geen ratten en geen andere vissen in de plas. De snoek was zo groot geworden dat hij in zijn eentje bijna alles op had gegeten wat maar in of op het water durfde te komen. Tipo vloog snel naar de moeder eend toe en probeerde te vertellen aan wat voor gevaar haar kleine kuiken was ontsnapt.   Tot zijn verbazing wilde de moeder eend niet naar hem luisteren, ze dacht dat Tipo haar kindje had laten schrikken en had niets gemerkt van de mislukte aanval van de stille happer.   Arme Tipo, hoe hij zijn best ook deed, ze luisterde niet.   Ten einde raad ging Tipo maar naar het meisje toe, wat weer met haar tekenblok was gekomen en al weer druk bezig was met een nieuwe tekening.   Tipo ging vlak bij het meisje zitten op een tak en zag toen dat het meisje naar hem lachte en snel een nieuw vel papier pakte. Binnen een paar minuten zag Tipo dat het meisje een prachtige tekening maakte van hem, terwijl hij boven het water op een tak zat.

En terwijl Ilona dat tekende, zag hij dat ze ook het water van het heidemeertje tekende en half spiegelend ook planten tekende die in het meertje stonden, omdat natuurlijk ook het meisje door het heldere water bijna tot op de bodem kon kijken.   Bijna was hij zo nieuwsgierig dat hij niet op zijn omgeving lette, maar net toen hij omzich heen had gekeken, klopte opeens zijn hartje wel tien keer zo hard. In een flits zag hij waar hij onbewust zo van geschrokken was.   Terwijl hij de tekening van het meisje vergeleek met de werkelijkheid, had hij gezien dat er een langwerpige schaduw langzaam in zijn richting dreef, geruisloos en sluipend.   Omdat het meisje die niet op de tekening had getekend, wist Tipo dat hij zich niet vergiste en dat de schaduw heel stiekem in zijn richting kwam. Tipo  snapte  onmiddellijk dat de grote snoek nu hij het kleine eendje niet had kunnen opeten een nieuwe prooi zocht en toen hij het kleine vogeltje op enkele centimeters van het water zag zitten op een tak, hij meteen wraak wilde nemen. Die zou nooit meer een prooi van hem verjagen, dacht de snoek en met een nauwelijks zichtbare beweging van zijn staart stuurde hij doodstil in de richting van het kleine vogeltje.   Razendsnel schoten er allerlei gedachten door Tipo's hoofd. Beelden van de aanvallende snoek met zijn bek wijd open, boven het water uitschietend in zijn honger om het eendje te pakken. Ook het idee dat de andere kleine eendjes nog rekenden op hun moeder en dat die moeder zo dom was geweest om niet naar Tipo te luisteren.   Tipo had veel geleerd van zijn vriend Pluis. Die zei altijd, als andere dieren hongerig zijn en denken dat ze gemakkelijk aan eten kunnen komen, dan letten ze niet meer op, dan moet je je kans pakken! Die slimme raad van de vos bracht Tipo op een een heel gevaarlijk plan. Snel wipte hij naar een andere tak en deed net of hij de dichterbij komende stille happer niet in de gaten had. Hij was zelfs zo brutaal om zijn staartveren even te spreiden, alsof hij ze even wilde laten drogen in het vroege ochtend zonnetje.   Hierdoor schitterde natuurlijk de zon in zijn veren en dat maakte weer dat de snoek niet zo goed zag wat Tipo deed of waar hij precies zat.   Toen de snoek dichtbij genoeg gekomen was, gaf hij een felle klap met zijn staart en met een doffe klap schoot hij door het water heen, recht op de arme Tipo af.  


Gelukkig voor Tipo had hij goed ingeschat wanneer de snoek zou aanvallen en met een kleine sprong schoot Tipo een stukje naar rechts, waardoor de grote muil van de snoek rakelings langs hem vloog.   Tipo hoorde hoe nijdig de vlijmscherpe bek van de snoek dichtsloeg net naast zijn lijfje en snel vloog hij omhoog. Vandaar uit zag hij dat zijn plan goed gelukt was. De snoek was zo hongerig geweest naar het kleine vogeltje dat hij niet meer goed had opgelet. Omdat Tipo snel was weggevlogen was de snoek met een boog uit het water gekomen en had hij zich zelf klem gezet in een grote tak boven het water. Hoe de snoek ook met zijn staart sloeg, zijn grote lijf zat verward in de stevige takken van de boom en omdat de zon scheen en een snoek niet lang buiten het water kan, lag de snoek al binnen een paar minuten te happen naar lucht of moeten we zeggen water en was het snel gedaan met hem.


Ilona had geschrokken de lange zilverkleurige torpedo uit het water zien schieten en zag hoe de snoek maar net langs het kleine vogeltje schoot. Ze begreep onmiddellijk dat deze snoek verantwoordelijk was voor het verdwijnen van de andere dieren in het meertje, maar toch wilde ze de snoek helpen. Ze kon echter niet bij de snoek komen en zag dat hij al heel snel aan het sterven was. Razend snel pakte ze haar potlood en schetste de snoek zoals hij nu in de takken gespietst was en het kleine vogeltje opvlogen was.     Hierna liep ze het bos in en pakte een grote tak. Daarmee lukte het haar om de dode snoek van de tak af te halen. Weer maakte ze een mooie tekening van de dode snoek en zo was ze superblij want zoiets kunnen tekenen,   lukt bijna niemand. In het dorp verkocht ze de snoek aan de vishandelaar. Van het geld kocht ze nieuw tekenmateriaal en wat vogel- en eendenvoer, want ze begreep allang dat de eendenfamilie en dat kleine vogeltje een heel vreemde rol in de dood van de snoek hadden gespeeld..   En Tipo? Tipo begreep dat je soms iemand moet helpen, ook als die ander niet geholpen wil worden en dat hebzucht iemand heel onvoorzichtig kan maken en met die lessen, ging hij weer snel verder op zoek naar nieuwe avonturen.


Tipo en de witte wereld
kinderen/basisschool | maart | 13 Juni 2009 | 15:50:51
Toen Tipo en Rakker wakker werden op de morgen na het avontuur met de ijsvogel Flits en vanuit hun boomholletje naar buiten keken, zagen ze dat de hele wereld weer wit was geworden.  Het had behoorlijk gesneeuwd en het veld en heel veel van de struiken hadden een wit jasje door de gevallen sneeuw. Dat maakte het natuurlijk wel iets lastiger voor onze vrienden om hun ontbijt te vinden. Gelukkig had Rakker een goed neus en Tipo hele scherpe ogen, zodat ze toch nog wat hapjes vonden.
Foto's natuurfotograaf Mark Plomp, zie links.
 
Natuurlijk was het nu wel extra uitkijken voor de beide vriendjes want in de witte wereld val je als eekhoorntje nu eenmaal meer op. Een geluk daarbij was natuurlijk wel dat de meeste roofdieren ook extra opvielen en zich moeilijker konden verbergen. Van een wilde appelboom waren nog een aantal appels achtergebleven. En dat er hier en daar een rot plekje aan zit, dat vinden eekhoorntjes en vogeltjes helemaal niet erg!
Toen ze dan ook plotseling in de verte een groot dier zagen naderen, wisten ze niet hoe snel ze in een boom moesten komen.  Eerst dacht Tipo nog dat het zijn vriendje het vosje was, die daar dichterbij kwam,  maar al snel zag hij dat het misschien wel familie was van zijn vriendje, maar echt niet zijn vriendje zelf.
 
Foto's natuurfotograaf Mark Plomp, zie links.
 
Dit was een oudere vos, die het best wel een jong eekhoorntje lustte en dan als toetje  een klein vogeltje vond ie ook niet verkeerd. Gelukkig maar dat een vos niet in een boom kon klimmen dacht Tipo nog. De vos had al snel door dat dit maaltje zijn neus voorbij ging en deed net of hij weer er vandoor ging. Maar toch bleef hij in de buurt, want misschien zou het eekhoorntje of het vogeltje onvoorzichtig worden en weer op de heide gaan spelen. En zo sloop de oude vos via een omweggetje dichterbij en kroop hij onder de struiken langzaam dichter bij. Zou Tipo en Rakker dit op tijd merken?  Morgen horen we het..
 
Tipo en Rakker hielden de vos wel in de gaten, met hun scherpe oogjes zagen ze in de witte sneeuw best de rode pluimstaart stiekem dichterbij komen.  Er waren meer dieren die hun waarschuwingsroep lieten horen. Een Vlaamse Gaai met zijn blauwe verenpakje liet zijn lachende roep horen: " Hahahaha, een jajajajajajaja-ger in het lalalala-ger!! " Zo wisten alle dieren dat er op de grond een roofdier op zoek naar een hapje was..  Als er een jachtvogel op zoek naar buit was, riep de Vlaamse Gaai altijd een andere waarschuwing: "Hohohoho, een rororororo-ver in het hohohohoho-ger.!"   En al was de Vlaamse gaai dan zelf ook niet zo'n erg braaf vogeltje, menige bosbewoner had zijn leven aan zijn waarschuwingen te danken.   Maar toen de vos zich heel slim liet zakken onder een paar struiken en zich wat bedekte met bladeren vergaten de dieren hem helemaal en zo stopten de waarschuwingen en kwamen sommige dieren weer gevaarlijk dichtbij. 
En Tipo en Rakker?  Nee , die waren de vos niet vergeten. Tipo wist immers hoe een vos jaagt, dat had hij wel geleerd van zijn jonge vriendje de vos. Heel slim bleven ze hoog in de bomen en onder hun spel hielden ze evengoed steeds even de struiken in de gaten, waar bijna onzichtbaar de oude vos lag te wachten. En zo kon het gebeuren dat het gevaar opeens uit een heel andere hoek kwam. Terwijl Rakker van boom naar boom sprong en Tipo hem probeerde bij te houden, als een soort tikkertje, sprong Rakker zomaar op een boom waarin al een bewoner zat. In een klein bijna onzichtbaar hol keek een kleine boommarter hongerig naar de spelende kameraadjes.  Hij mocht dan klein zijn, maar juist dit dier was levensgevaarlijk voor de kleine eekhoorn. Een boommarter kan razendsnel klimmen en springt van tak naar tak en houdt gemakkelijk een vluchtende eekhoorn bij. Alleen omdat die verder durft te springen naar een andere boom, lukt het ze soms om te ontkomen, maar vaak wint de kleine boommarter de race om het leven. 
 
Foto natuurfotograaf Mark Plomp, zie links.
 
Gelukkig voor Rakker zag Tipo opeens iets bewegen in de boom boven Rakker en liet hij een kreet horen, die zijn vriendje razendsnel deed wegvluchten. Toen de boommarter het blauw grijze vogeltje opgewonden zijn staartje zag spreiden, flonkerde en schitterde  de winterzon in zijn veren en werd hij even afgeleid. Hierdoor lukte het Rakker om een voorsprong te nemen en zo hard als hij kon vluchtte hij terug naar de heide.  Daar stonden de bomen verder van elkaar en kon hij door verder te springen aan de bosmarter ontkomen, dacht hij. "Hierheen, hierheen!!" riep Tipo en snel wees hij zijn vriendje de weg. Die aarzelde geen moment en sprong zo hard hij kon achter Tipo aan.  En zo kwam het dat de boommarter meende dat hij al bijna gewonnen had, toen de eekhoorn plotseling uit een boom leek te vallen. Hij rende er naar toe en zag hoe de eekhoorn met een sprong weer in een boom klom, maar oh dat was veel te langzaam, dat kon hij gemakkelijk inhalen!  En net zag hij in gedachten al zijn tandjes in de nek van het arme eekhoorntje toen er plotseling een rode flits vanuit de struiken omhoogkwam, tanden flitsten en plotseling vocht de boommarter voor zijn leven.  De oude vos had gezien hoe het vogeltje en de de eekhoorn in zijn richting waren gekomen achtervolgt door de boommarter en had zijn kans afgewacht.  Hij mocht oud zijn, maar was ook sluw en net op het moment dat de boommarter zo gulzig was dat hij zijn voorzichtigheid had vergeten, was hij te voorschijn gesprongen.  Tipo en Rakker wachtten het niet af hoe het gevecht tussen beide rovers afliep. Ze maakten dat ze wegkwamen en pas veel later durfden ze uit te rusten.  En het duurde een hele tijd voor dat het hartje van Rakker weer wat rustiger ging slaan en de schrik weer weg was.
 
Rakker houdt van schrik zijn hartje vast
 
Foto's natuurfotograaf Mark Plomp, zie links.
 
en zo liep er weer een dag goed af. En alletwee waren ze blij dat ze vriendjes waren, want hierdoor waren ze door elkaar te helpen toch maar weer heelhuids bij elkaar!!.
 
 

Tipo en Witstaart
ouders | januari | 07 April 2009 | 00:22:56
Tipo werd wakker en voelde hoe de dagen steeds kouder werden. Het zou wel niet lang duren voor er sneeuw zou gaan vallen. Het was al een flink aantal dagen koud geweest en veel dieren waren lekker warm weggekropen in hun holletje.
 
Toch was er nog veel te zien en te beleven en omdat Tipo een warm verenpakje had, vond hij het niet zo erg dat het kouder werd. Hij ging op bezoek bij een paar nieuwe vriendjes van hem, die hij had leren kennen, toen hij pluisjes bij elkaar zocht om zijn nestje lekker warm aan te kleden.
Waar kan je als vogeltje nu beter warme pluisjes halen als bij een schaap?  Een schaap heeft een geweldige warme jas, die steeds pluisjes verliest en ze vindt het helemaal niet erg als je dat meeneemt als extra dekentje voor in een koude nacht! 
Tipo had al snel vriendschap gesloten met een van de schaapjes, die er wel heel grappig uitzag. Hij had net als Tipo een heel bijzondere staart. De staart van het schaapje had een totaal andere kleur als de rest van het lijfje. Net of alleen de staart en zijn achterpootjes in een pot andere verf hadden gezeten. Het schaap had geen naam, maar Tipo noemde hem al snel Witstaart, wat het schaapje prima vond.
 
Het komt in de natuur wel meer voor, want sommige dieren hebben een witte vlek op hun achterkant zodat als ze vluchten voor gevaar hun kindertjes de mama goed kunnen volgen.
 
De zus van het schaapje was helemaal zwart en ook had zij nog een wit broertje, dus het was gewoon heel gezellig met al die verschillende kleuren. Als het schaapje vrolijk was, kwispelde hij met zijn witte staartje en Tipo vond dat een heel leuk gezicht. De groep schapen werden door de boer gevoerd en daar zat heel veel lekker eten bij, wat Tipo ook heerlijk vond. De schapen aten een beetje slordig waardoor het eten ook naast de voerbak viel en ze vonden het helemaal niet erg dat Tipo dan ook even mee at!
 
Terwijl Tipo zo gezellig zat te kletsen met de groep schapen, gebeurde er plotseling iets heel vervelends.  In het weiland liep plotseling een grote hond. Er was geen mens bij die op de hond lette en dat was goed te zien ook.  Tipo zag hoe de hond bijna sluipend op de groep schapen afliep en vlak bij de schapen gekomen, luid blaffend op ze afrende. 
De lieve rustige schapen schrokken hier zo van, dat ze zo snel mogelijk weg probeerden te rennen van die hond, die ook nog naar de schapen hapte met zijn scherpe tanden.  De hond wilde eerst alleen stoer doen en de schaapjes schrik aanjagen, maar toen hij zag hoe de schapen bang voor hem waren, ging hij nog harder blaffen en probeerde hij stukken wol uit de schapen weg te happen.
 
Tipo zag dat zijn vriendjes helemaal in paniek raakten en steeds een en weer renden om weg te komen van de luid blaffende hond.
 
"Oh wat kon hij doen, straks raakte er nog een schaapje gewond! "  Tipo vloog steeds hoger, bang geworden voor de hond en uit angst voor zijn schapevriendjes. Vlak bij was een weg waar grote mensen overheen reden. Zou daar hulp te vinden zijn?  Snel vloog Tipo in die richting en ondertussen hoorde hij zijn vriendje Witstaart roepen:  " Help, help,  oh Tipo laat je me in de steek?, help me toch!!"  Tipo vond het verschrikkelijk om zijn vriendje alleen te laten, maar begreep dat hij in zijn eentje niets kon doen voor zijn vriend en dat hulp van grote mensen nodig was. Daarom vloog hij door, op zoek naar hulpl. En hoe dit afloopt?  Dat horen we morgen!!
 
Die arme Tipo hoe kon hij nu hulp krijgen voor zijn vriendjes, de arme schapen die nu zo werden opgejaagd en bang gemaakt door de blaffende hond.  Nergens zag hij een van de mensen die hem eerder hadden geholpen, nergens een groenmuts, die hem zeker wel zou helpen. Toen opeens zag hij iemand die in het veld liep en ook groene kleren aan had. Zou dat ook een groenmuts zijn?  Snel vloog Tipo er naar toe. Hij was zo bezorgd dat hij al bij de mens was en vlak voor hem heen en weer fladderde voordat hij goed zag wat voor mens dat was. Dat was geen groenmuts, dat was een knalstok mens!! In paniek vloog Tipo bijna tegen de jager, want dat was het, op. De jager schrok van het kleine vogeltje en raakte bijna verblind door de diamanten schittering van Tipo's staartveren.
De jager had nog niet eerder zo'n mooi vogeltje gezien en meende dat Tipo ontsnapt was uit een vogelkooi. Snel holde de jager achter Tipo aan, om te kijken of hij het vogeltje kon vangen en terug brengen naar zijn baasje. De jager dacht dat een vogeltje uit een kooi niet kon overleven in de natuur en was bezorgd om Tipo. Dat wist Tipo niet, hij zag alleen dat de mens achter hem aan holde en begreep dat hij zo deze mens naar de schapen kon lokken. Zo vloog Tipo razendsnel terug en zag hoe de hond een paar schapen al in het water had gejaagd. De arme schaapjes konden niet zo goed zwemmen en waren helemaal in paniek. Hèèèèèèèèèèèèèlp riepen de schaapjes. Dat hoorde de jager. Hij zag hoe de hond achter de schapen aan bleef hollen en pakte een stok, die hij naar de hond toegooide. De hond schrok hiervan en toen de grote jager hem ook nog luidkeels begon te schreeuwen en te zwaaien met zijn handen, holde de hond er met de staart tussen zijn benen vandoor.  Tipo zag dat allemaal van een veilige hoogte aan en zag hoe de jager naar een schaap liep wat nu op zijn rug lag en voorzichtig het schaapje weer op zijn poten zette.
 
Ook praatte de jager tegen een klein dingetje wat hij bij zijn mond hield. Tipo zag niet wat dat was, maar even later kwam een grote rode auto aanrijden, waaruit allerlei enge grote mensen stapten met grote jassen en broeken aan.
Tipo zag hoe die mannen  zo in het water sprongen en dat ze één voor één de schaapjes uit het water haalden en terugbrachten naar het weiland.
 
Tipo zag hoe de grote mannen blij waren dat ze de schapen op tijd hadden kunnen redden.  Anders waren ze zeker verdronken, want schapen kunnen niet zo lang zwemmen, omdat ze zo zwaar worden als hun wollen jasje nat wordt van het water.  Een van de schaapjes was zo moe, dat ie niet meer kon lopen en Tipo zag hoe een mens uit de rode auto het schaapje voorzichtig optilde en helemaal naar het weiland terugbracht.
Wat een geweldige mensen waren dat! 
Toen alle mensen weer weg waren gegaan, vloog Tipo terug naar zijn vriendje Witstaart. Die had al weer helemaal praatjes gekregen en vertelde hoe goed hij kon rennen en dat de boze hond hem niet had kunnen pakken.  Toen Tipo naast hem landde en hem blij begroette, was het schaapje even niet zo stoer meer. "Nog bedankt dat je hulp hebt gehaald, lieve vriend, "zei Witstaart. "Sorry dat ik dacht dat je me in de steek liet. Je bent de allerbeste en ik zal dit nooit vergeten!" 
 
Zo werd de spannende dag toch nog een leuke dag en Tipo had veel geleerd. Een mens met een donderstok, kon dus ook goede dingen doen en maakte niet alleen maar dieren dood. En dat er mensen waren die in een rode auto reden en die zo het water insprongen om schaapjes te redden was ook iets, wat ons kleine vogeltje heel bijzonder vond. En dat is het ook!! En zo ging Tipo lekker slapen, zijn nestje lekker warm van de schapewol en lekker dromend van alle spannende dingen van de dag. En morgen, morgen beleeft hij weer nieuwe avonturen..

Tipo en de vreemde mensen
kinderen/basisschool | november | 15 Maart 2007 | 16:09:29

Het was al weer een tijdje erg nat weer en Tipo snapte er niet zo veel van. Meestal verloren de bomen nu hun blaadjes en werd het veel kouder, soms was de wereld helemaal wit geweest, wist Tipo nog. Hij wist dat wanneer sommige dieren een wintervoorraad aanlegden en een heel diep holletje opzochten, dat de zon minder kwam opdagen en het erg koud kon gaan worden. Dat was nu nog helemaal niet het geval. Wel regende het veel en dat was voor sommige dieren ook niet zo erg prettig. Weilanden liepen onder water en veel nestjes en holletjes kwamen vol water te staan. Meestal merkten de dieren dat op tijd en gingen ze op een drogere plaats dan een ander nestje of holletje bouwen. Tipo had daar niet zoveel last van, hij kon in een boom slapen en ook in een oude toren of een oude schuur, hij ging gewoon op een plekje zitten waar het droog was, sloot zijn oogjes en ging slapen!

Het was in die tijd dat Tipo dicht bij een klein dorpje was gekomen.   In dat dorpje was een groot gebouw met een groot plein ervoor. Elke dag kwamen daar heel veel kleine mensens en een paar grote mensen. De kinderen kwamen dan af en toe buiten en speelden dan heel vrolijk. Gelukkig maar dat die kinderen allemaal blij waren, want eerst had Tipo nog gedacht dat ze het niet leuk vonden om zo lang in een lokaal te zitten. Omdat die kinderen echter allemaal heel vrolijk en blij waren, was het dus niet zo erg om binnen te moeten blijven, dacht Tipo nog.  

 

Tipo was een hele tijd bij dat grote gebouw gebleven, want die kinderen gooiden heel veel lekkere dingen weg. Witte en bruine dingen met iets zoets er op. Af en toe wist  Tipo  niet wat hij  proefde als hij er een hapje van nam, maar het meeste vond hij erg lekker. Wat raar dacht Tipo nog, die kleine mensjes gooien zomaar heel veel van de heerlijke dingen weg in plaats van ze op te eten, ze gaan in dat gebouw zitten als de zon buiten schijnt en toch lijken ze heel veel plezier te hebben.   Dat snapte Tipo  niet met zijn vogelverstandje.   Omdat  hij zo graag wilde leren, bleef hij daarom wat langer bij dat gebouw in de buurt en leerde zo nog meer over de kleine mensjes.  

En  kort daarna begon hij het wat beter te begrijpen. Hij zag hoe een jongentje met een grote boog een  lekker stukje bruin brood in de struiken naast het plein gooide. "Ik  lust geen bruine boterham met pindakaas" zei de jongen.    en weer gooide hij iets in de struiken. "Een appel, die jongen  gooide een heerlijke appel zomaar weg!! "

"Die appel hoef ik ook niet, daar zit een bruin plekje op! " hoorde Tipo de jongen zeggen. Meteen vloog Tipo snel op die heerlijke appel af.Ja, dat was een traktatie; nergens groeide nog een  appel en  die jongen had er een en gooide hem weg! Wat een geluk had Tipo.   Snel nam hij paar hapjes uit de sappige appel.  

" Zo Teuntje, gaan we zo met ons eten om?? Weet je moeder dat wel?? Kom jij eens mee naar binnen!!   Ga jij maar eens tien keer op  het bord schrijven dat je geen goed eten mag weggooien!!"   Tipo schrok van de strenge stem. Hij zag hoe een vrouw de jongen bij zijn arm pakte en streng aankeek. Het jongentje was geschrokken, dat  zag Tipo wel.    "Maar juf, die appel was rot.." hoorde Tipo het jongentje zeggen.   " En nu nog jokken ook, Teuntje?? Kijk eens hoe dat  vogeltje geniet van die overheerlijke appel, die eet echt geen rotte appel hoor!!"

Tipo ging maar snel op het dak van de school zitten. Zo zat het dus. De kleine mensen kwam hier op te leren, hoe ze moesten eten en wat ze moesten eten.. Dat kende Tipo wel, dat gebeurde  bij de dieren ook. Alleen gooien jonge dieren geen lekker eten weg,  die schrokken het snel naar binnen, dacht  Tipo.   En zo had Tipo weer iets geleerd van de mensenwereld. En terwijl het al wat donker werd, dacht Tipo dat de dag zo voorbij zou zijn, maar hij kon niet weten dat er nog een spannend avontuur op hem wachtte... En wat dat is, dat hoor je morgen..

Het was al laat in de middag en Tipo zag dat heel veel mensen in de huizen gingen eten. Hij had al zo vaak door de ruiten gekeken en gelogeerd bij aardige mensen, dat hij best wel veel begon te snappen van de mensen, vond hij.   Dieren eten wanneer ze een lekker hapje tegen komen en ze honger hebben. Mensen kregen allemaal honger op dezelfde tijd, want dan gingen ze in een groepje bij elkaar zitten en samen eten. En meestal zonder ruzie te maken om het eten! Dat ging in de dierenwereld wel eens anders, dacht Tipo. De sterkste pikt altijd het lekkerste eten in, of de sllimste!   En gelukkig voor Tipo was hij erg slim en kon zo meestal wel vrij gemakkelijk een hapje opscharrelen.
Net dacht Tipo dat hij ook maar een slaapplaatsje moest opzoeken, toen hij kinderen hoorde zingen. Ze klonken vrolijk en toen Tipo keek waar dat geluid vandaan kwam, zag hij dat een groepje kinderen met lichtje in het donker bij de huizen aanklopten.   Als de kinderen dan iets zongen, lachte de grote mens in de deuropening en die gaf het kind dat iets. Die deed dat in een tasje.   " Oh, halen kleine mensjes zo hun eten bij elkaar, wat apart " dacht Tipo. "Gek dat ik dat niet eerder gezien heb."   Hij ging wat dichterbij vliegen en kon zo zien dat de kinderen heel snel van deur naar deur liepen, steeds een klein liedje zongen en dan iets lekkers kregen. Sommige kinderen hadden zeker heel veel honger, want die gingen direct eten van het lekkers, terwijl andere kinderen het zorgvuldig in hun tas meenamen.  "  Die hebben misschien een wintervoorraadje waar ze hun eten in doen ", dacht Tipo.  
Tipo zag dat die kinderen vaak met een groot mens liepen, die op ze paste en ze zei waar ze moesten lopen. "Dat was dan vast een van de ouders, die ze leert hoe ze zelf eten moeten krijgen, " dacht Tipo.
Tipo vond het ook een beetje eng al die drukte want er waren kinderen die een lichtje bij zich hadden van vuur!! Tipo wist hoe gevaarlijk vuur was. In de winter gaf vuur warmte en was wel lekker, maar Tipo wist ook hoe snel iets in brand kon raken en had ook al gezien hoe dieren door het vuur waren gestorven, dus hij vond dat nu weer heel erg vreemd van de mensen. Een klein kind moet toch niet met vuur spelen??   Hij zag hoe steeds meer kinderen in lange rijen langs de huizen liepen en ondertussen vrolijk zongen over ene Sinte Maarten. Overal werden de kinderen getrakteerd op iets lekkers, dat zag Tipo wel.
 
Plotseling gebeurde er iets. Tipo hoorde een meisje met luide stem roepen, ze was boos en bang, dat hoorde Tipo wel. Wat zou er aan de hand zijn??   Snel vloog Tipo er naar toe.   Hij zag hoe een klein meisje huilde bij een half verbrande lampion.   Maar daarom was ze niet zo verdrietig zag Tipo. Ze wees met haar vingertje in een richting en Tipo hoorde zeggen: "Die jongen heeft mijn snoepjes gestolen!! " Toen Tipo beter keek, zag hij dat er hier en daar kleine stukjes koek en andere gekleurde dingen op de weg lagen. Ze vormden een spoor in de richting die het meisje aanwees.   Dus bij de mensen is het net als bij ons, dacht Tipo, ook hier steelt de sterkere van de kleine en zwakkere.   Snel vloog Tipo omhoog om te kijken of hij de dief zag.   En ja hoor, vlak bij het schoolplein bij de struiken stond een grote jongen met een zak waarin hij driftig zat te grabbelen. Hij scheen met een soort licht in de tas en pakte er steeds dingen uit die hij lekker vond. Zijn wangen waren bol van het snoep en Tipo zag dat hij zo snel mogelijk zat te kauwen en slikken. " Wat een schrokop!" dacht Tipo, "en wat gemeen dat hij van dat kleine meisje haar eten heeft afgepakt."  
 
Hij vloog boven de struiken om alles veilig goed te kunnen bekijken.   Hij wist echter niet dat het licht van de lantaarn nu schitterde in zijn veertjes en hij hierdoor precies de plek aanwees waar de stoute jongen zich met zijn buit verstopt had.   Totdat een zware mannenstem opeens luid in het donker klonk:   "Dus jij bent die dappere jongen, die van kleine meisjes hun snoepgoed steelt. Dat zal ik je eens afleren!"   Tipo schrok eerst van de stem en vloog nog wat hoger. Hij zag hoe een grote man, de jongen over zijn knie hield en hem een paar flinke klappen voor zijn billen gaf. De jongen was nu opeens niet zo stoer meer. Hij brulde en schreeuwde dat hij het nooit meer zou doen. Hierop liet de man hem gaan en terwijl de jongen over zijn zitvlak wreef, holde hij snel naar huis. Tipo zag hoe de man de tas met snoepgoed oppakte en dit terug gaf aan het verdrietige meisje. Die droogde haar tranen snel en schoot zelfs in een lach toen de man vertelde dat hij de stoute jongen een pak voor zijn billen had gegeven. " Zijn eigen schuld! " zei het meisje. "Had ie maar niet moeten stelen van mij!"  
En eigenlijk was Tipo het daar helemaal mee eens. Bij de mensen waren dus ook goede aardige mensen en ook stoute gemene, net als in de dierenwereld. Zo snapte hij toch weer wat meer en met die gedachte ging hij snel slapen.

Tipo ontmoet een aapje, maar dan anders.
kinderen/dreumes | november | 06 December 2006 | 12:37:11
Na het avontuur met Niels vloog Tipo weer wat blijer in het rond. Net als in de dierenwereld lopen er lieve en domme dieren rond, dacht hij. Het was alleen de kunst op de lieve te vinden en de domme of gemene zo snel mogelijk te vergeten.  Omdat de zomer dit jaar erg lang duurde, bleef de hele natuur nog lekker groen. Normaal wordt alles in de herfst toch wat kaler en stopt met groeien. Maar omdat de zon nog zovaak scheen en de winterkoude wegbleef, waren er veel dieren die een tweede keer jonge diertjes kregen en was het overal nog gezellig druk.  Die morgen hoorde Tipo in het riet bij de waterkant een vogel vissen. Hij had dat wel vaker gezien, een reiger, ooievaar of zijn vriend Kwak , voorzichtig lopend en dan opeens razendsnel met hun snavel door het water schieten om een spartelend visje of soms een kikker boven te halen.  Sommige van die vogelvisfamilie vond Tipo niet aardig, zo had hij al vaker ruzie gehad met de reiger. Te vaak had Tipo gezien dat een reiger ook kleine vogeltjes uit hun nestje oppeuzelde, dus dat Tipo de reigen niet leuk vond, begrijp je wel. Maar de ooievaar vond ie grappig en Kwak was natuurlijk een vriendje van hem. Nieuwschierig ging Tipo kijken wie er in het riet zat.
foto: Natuurfotograaf Marc Plomp, zie links

Tipo wilde al bijna een vrolijk hallo roepen, want hij dacht dat het zijn vriendje Kwakkie was.

Maar toen hij beter keek, zag hij dat het een andere visvogel was.  "Hallo mijnheer de visvogel, u lijkt op een vriend van mij , Kwakkie, kent u die?? Ik ben Tipo en hoorde u visjes vangen!" 

De vogel keek Tipo eens aan en zag dat Tipo geen gevaar voor hem betekende en ook niet eetbaar was.  " Heel kalm zei hij: " Ja , ik ken de familie Kwak wel, maar ik ben geen kwak, maar wat ik wel ben, zeg ik maar niet, want dan lach je me uit."  

Nu was Tipo's nieuwsgierigheid helemaal gegroeid. Een visvogel, die op een kwak leek en ook nog een vreemde naam had, wat zou dat zijn?    Tipo zei: " Ik beloof u dat ik niet zal lachen,  ik kom ook niet uit dit land, maar uit een heel warm land hier ver vandaan, dus daarom probeer ik zoveel mogelijk te leren en daar hoort bij dat ik graag iedereen die ik ontmoet beter wil leren kennen.  Iedereen heeft zijn eigen leuke en soms minder leuke dingen, maar dat maakt mijn leventje extra leuk!"

De vogel keek Tipo aan en zei toen: "Ok , ik geloof je , mijn familie naam is woudaap. "

Tipo dacht eerst dat de vogel een grapje maakte. Hij had in afrika wel aapjes gezien in het woud, maar dat leek niet op deze mooie visvogel. Op het laatste moment wist hij zijn lachen in te houden en zeï:  " Oh, eh ja, dat is een wat aparte naam voor een vogel. Maar ik vind het wel een leuke naam hoor!  Door die aparte naam, onthoud ik beter dat die bij een mooie vogel past, ik zou mij er niet voor schamen."  Toen de vogel zag dat Tipo hem niet uitlachte en echt belangstellend was, werd hij ook vriendelijker. En zo leerde Tipo die dag een woudaapje kennen.

Foto: Natuurfotograaf Marc Plomp, zie links

en wat er verder die dag gebeurde, vertellen we morgen..

Tipo was gezellig aan het praten met het woudaapje, die vertelde dat hij nog veel meer familie had, die ook visvogel was. Zijn neefje de groene reiger had hij een paar weilanden verder ook nog ontmoet. Die was wel groter dan hij zelf was en die vond Tipo misschien ook niet zo aardig, want die leek heel veel op zijn gewonere familie de blauwe reiger, waar Tipo al vaker ruzie mee had gehad. Al pratend vergat Tipo om zich heen te kijken en dat is natuurlijk in de natuur heel gevaarlijk. Er zijn immers altijd dieren die honger hebben en dan een klein vogeltje als Tipo als een lekkere snack willen pakken. 

Terwijl Tipo wel de lucht blijft bekijken of er een roofvogel aankomt, rimpelt het water nauwelijks merkbaar en komt er iets recht op onze tipo af.

Foto Wikepedia
 

Tipo schrikt zich dan ook een hoedje als opeens als een eng spook uit het water vlak voor hem een lang lijf overeindkomt en een grote bek met enge ogen hem strak aankijkt.  Die ogen kijken arme Tipo zo strak aan dat Tipo alles vergeet. Hij denkt nog wel dat hij moet wegvliegen, maar hij is zo geschrokken dat hij verstijfd blijft staan en ziet hoe de ringslang zich steeds dichter naar hem toebeweegt.

Foto Wikepedia
 

Rillend van angst ziet Tipo dat de slang zijn tong in en uit zijn bek laat schieten.  Hij durft zijn ogen niet meer open te doen en terwijl zijn hartje als een razende slaat, denkt hij dat hij dat elk moment de slang hem op kan gaan eten.

Totdat er op eens een stem enigzins deftig naast hem klinkt. " Ach wat vriendelijk, een lekker hapje voor mij. Ik hoef het niet eens te zoeken, het komt al naar mij toe. Buitengewoon aardig van je."  Tipo hoort de stem en denkt dat de slang opeens kan praten, maar dan bedenkt hij dat een slang niet zo deftig praat en ook meestal erg slist omdat hij zijn tong zo vaak uit zijn bek heeft hangen.  Snel doet hij een oogje open en ...  Daar ziet hij dat het woudaapje met een scheve kop keurend over de ringslang staat gebogen.  Ook al is hij klein, de scherpe snavel van het woudaapje blinkt gevaarlijk boven de ringslang, die opeens helemaal geen trek meer heeft in het kleine vogeltje.  Snel schuift de ringslang weer terug naar het water, maar daar wordt hij tegengehouden door het woudaapje. Die prikt de ringslang met zijn snavel.  Ook al is het woudaapje te klein om de ringslang op te eten, hij zorgt er wel voor dat de slang er vandoor gaat.  " Ach , was mijn neef de groene reiger er maar", zei het woudaapje, "dan hadden we hem samen kunnen aanpakken, in mijn eentje lukt het me niet."   Tipo ziet hoe het woudaapje bijna teleurgesteld de vluchtende ringslang nakijkt. En van de zenuwen en opluchting schiet hij in de lach, zo erg, dat even later ook het woudaapje in lachen uitbarst en zo liep alles toch nog goed en gezellig af. En Tipo nam zich voor om het woudaapje nooit meer te vergeten en als hij ooit zou horen dat iemand de visvogel zou uitlachen om zijn naam, hij altijd voor zijn nieuwe vriend op zou komen.  En zo eindigde deze dag en ging Tipo slapen, blij dat hij er nog was..


Tipo weet het even niet meer
kinderen/basisschool | september | 17 Oktober 2006 | 01:12:30

Het was al weer een paar weekjes later toen Tipo op een mooie dag wakker werd en merkte dat het zonnetje nog heerlijk scheen. Het was dit jaar heel lang erg mooi weer gebleven en in de natuur kon je merken dat het mooie weer door iedereen dankbaar ontvangen werd.

Bomen en struiken, eigenljk alles wat groeide en bloeide in het veld had nu langer kunnen bloeien, langer vruchtjes kunnen maken en jonge frisse aangroei werd sterker en groter omdat de herfst met zijn koude langer wegbleef.

Tipo vond dat helemaal niet erg. Overal waren nu extra plekjes waar hij heerlijk kon eten. Struiken vol met overrijpe besjes, insecten die door het warme weer nog overal rond liepen, wormpjes die nog overal in de grond te vinden waren omdat het nog lekker warm en zacht was. Heerlijk was het leven vond Tipo. Vogels en ook andere dieren werden dit jaar extra sterk door het vele extra voedsel en begonnen later aan de vliegtocht naar warmere landen. Vogels die ieder jaar neerstreken uit de koude landen om dan weer door te vliegen naar warmere streken, bleven nu extra lang in Nederland, zodat er heel veel leuke en nieuwe dieren waren om te ontmoeten.

Tipo zag in de weilanden heel veel dieren van het lekkere gras eten. Nee niet alleen schapen en koeien eten gras, ook heel veel vogels zoals ganzen, zwanen en andere waterdieren gebruiken de weilanden om even lekker te eten. En terwijl hij zo om zich heen keek, zag het slimme vogeltje iets wat hij nog nooit eerder had gezien.

Daar stond een mooie gans op een been! Net als een ooievaar of reiger, stond de gans op één been, dat was knap! ?  Tipo landde vlak bij en bekeek de kunstige gans.

 
Eigen foto

Tipo hupt wat dichter bij en dan schrikt hij heel heel erg. Het is niet een grappig kunststukje wat deze gans daar doet. Nee het is veel erger.  Tipo zijn hartje slaat razendsnel van schrik en hij krijgt traantjes in zijn ogen.  Deze mooie gans is een heel stuk van zijn been kwijt geraakt!!

Tipo ziet hoe de gans naar hem kijkt en als hij met zijn scherpe oogjes naar het been van de gans kijkt, ziet hij dat er visdraad om het been van de gans verstrikt zit. Dat heeft zo strak gezeten, dat de gans hierdoor een stuk van zijn been is kwijtgeraakt. Oh wat zielig voor het arme dier.

 
slordige vissers , arme gans
Eigen foto

Tipo ziet dan dat de gans toch rustig in het weiland staat en het mooie dier heeft zo te zien geen pijn meer. Daarom durft Tipo dichter bij te komen en de gans aan te spreken. En hoe dit afloopt horen we morgen..

Voorzichtig om de mooie gans niet te laten schrikken landt Tipo naast hem neer. Hij ziet hoe de gans met zijn mooie ogen vriendelijk en rustig naar hem kijkt en dan durft Tipo plotseling gewoon normaal met de gans te praten."Goedemorgen , mijnheer Gans,"zegt Tipo." Ik vloog net langs u en zag dat u op één been stond. Ik dacht eerst dat u voor de grap een ooievaar of reiger nadeed, maar hierna zag ik dat u maar één goed been heeft.  Heeft u pijn of kan ik iets voor u doen? en oh ja, mijn naam is Tipo."
 
De gans keek het kleine vogeltje aan en knikte toen rustig.
"Ja ik zie het dat je het eerlijk meent, heel veel dieren plagen mij omdat ik nu niet zo snel meer loop en alleen door te hinkelen vooruit kan komen. Ik merk echter dat jij niet zo bent. Mijn naam is Niels. " 
 
Hierna vertelde Niels aan Tipo hoe het gekomen was. Hij was lekker in een weiland aan het gras eten toen er onverwachts iets om zijn pootje was blijven haken. Hoe meer hij probeerde los te komen, hoe vaster het ging zitten. Omdat hij niet zoals mensen vingers had, kon hij alleen met zijn snavel proberen het draad los te krijgen, wat om zijn poot gewikkeld zat. De eerste dagen deed zijn been heel erg pijn, maar gelukkig stopte dat na een paar dagen. Omdat het draad zo strak om zijn been zat, was er ook geen gevoel meer in.  Na een paar weken merkte hij dat hij opeens een stuk been miste. Hij had nog steeds wel last van het stukje been omdat er nog steeds draad omheen zat, maar omdat het gelukkig zo mooi weer was, waren er overal nog beestjes en groen voer, en zo verhongerde Niels niet.
Tipo bekeek het been en zag wel dat het draad zo strak zat, dat ook hij het niet los kon maken.
Razendsnel dacht hij na. Dit kwam door de dommigheid van mensen, die visdraad hadden laten slingeren, zou er dan niet ook een mens zijn, die het weer goed kon maken??
 
En tegelijk toen hij dat bedacht , dacht hij aan zijn vriend groenmuts. Ja, die hielp Tipo altijd en hield van dieren!  
Tipo vertelde snel Niels dat hij een groenmuts zou proberen te halen en vroeg of Niels hem wilde vertrouwen.  Hij moest rustig afwachten als de mens kwam en niet er vandoor vliegen.  Niels knikte dat hij het begreep.
 
Gelukkig vond Tipo snel een groenmuts. Die had van zijn collega groen muts al gehoord over Tipo . Het verhaal van het slimme vogeltje had natuurlijk iedere groenmuts onthouden en stiekem hoopten ze allemaal dat Tipo een keer bij hen om hulp zou komen.
 
Toen de boswachter de gans zag, werd hij eerst erg boos om de slordigheid van de mensen en daarna liep hij heel voorzichtig naar de gans toe. Hij zag hoe Tipo vlak bij hem bleef en hoorde hoe die met de gans praatte.
Wat het vogeltje zei, wist groenmuts niet, maar wel dat hierdoor de gans zich liet optillen en rustig bleef.  Hierna bracht de boswachter de gans razendsnel naar de vogeldokter in het vogelopvangcentrum. Daar kreeg Niels een spuitje tegen de pijn en om niet zieker te worden. Daarna haalden ze het visdraad van zijn poot en verbonden het stompje zodat er geen vuil bij kon komen. 
 
Tipo wist dat allemaal niet , omdat hij niet was meegevlogen met de groenmuts en wachtte gespannen af of hij Niels nog een keer terug zou zien.
Het duurde wel vier weken voordat Tipo op een morgen de gans weer terug zag. Nadat de auto van de groenmuts was gestopt , haalden hij een grote mand uit de auto. Daarin zat Niels. Hij was gegroeid door alle goede zorgen en klapperde met zijn vleugels zo graag wilde hij uit de vervelende auto weg. De mens had hem wel goed geholpen , maar het liefste wilde hij toch vrij zijn. Tipo zag hoe de groenmuts de mand opendeed en dat Niels uit de mand fladderde. Eerst leek het nog wat rommelig te gaan, maar toen hij beter keek, werd hij helemaal blij. Daar waar eerst het onderbeen van Niels had gezeten, had de mens nu een namaak been gemaakt, dat kunstig met een riempje aan het het bovenbeen was bevestigd. Nu kon Niels weer normaal lopen en landen. Oh wat lekker voor hem! 
 
En terwijl groenmuts de gans nazwaaide, vloog hij nadat hij Tipo met een paar grote uitroepen bedankt had voor zijn hulp, hoog door de lucht, op weg naar zijn soortgenoten en zo liep dit avontuur toch nog goed af..

Tipo en boze wolk
kinderen/basisschool | augustus | 24 Augustus 2006 | 00:26:32
Het was in een keer afgelopen met het mooie weer. Plotseling waren er grote donkere wolken gekomen en viel de regen met emmers tegelijk uit de lucht. De bomen en planten vonden dat wel erg lekker, want na zo'n lange tijd van droogte konden ze die lekkere regenbuien goed gebruiken.
Heel veel dieren waren er ook blij mee. Er kwam weer vers water in de sloten, planten begonnen in een keer weer te groeien wat natuurlijk erg lekker was als je van verse blaadjes hield. Heel veel insekten lieten nu hun eitjes uitkomen, die in de droge periode veilig waren verborgen onder blad en modder. 
Tipo was ook blij met de regen. Natuurlijk is de regen wel een beetje fris, maar er waren zoveel lekkere wormpjes en insekten te vinden, dat hij helemaal niet klaagde over de extra regenbuien. De grond was nog zo droog dat de meeste regen heel snel in de grond wegzakte, dus de meeste nestjes en holletjes bleven droog en dat vinden dieren heel belangrijk.
Tussen de buien door scheen de zon weer en dan was het ook zo weer heel erg warm. De lucht begon wat paars blauw te worden en het werd wat warm benauwend vond Tipo. Als vogeltje weet je dan dat er slecht weer komt, maar wat , nee dat moet je altijd maar afwachten.
In de verte hoorde Tipo in de lucht een donderend geluid en af en toe zag hij  er een lichtflits en knalde het. Dat dat bliksem was, wist Tipo niet, alleen dat het voor een klein vogeltje best wel gevaarlijk kon zijn.
 
Hij was vaker met een storm in een bos geweest en wist hoe erg wind en storm en bliksem te keer kon gaan. Grote bomen konden omvallen en takken konden afbreken. Daarom was Tipo wel zo voorzichtig om zijn slaapplaats niet in een hoge grote boom te zoeken. Nee tussen dicht struikgewas, was er plek genoeg en een struik kon niet omwaaien. 
Plotseling hoorde hij een hard ratelend geluid naast zich. Hij schrok zich een hoedje!  Toen zag hij dat het een oude bekende van hem was, Spekkie de bonte specht.
 
Foto: Natuurfotograaf Mark Plomp, zie links
 
Die hamerde met zijn snavel even in een oude boom en pikte nog even wat insektjes weg. " He hallo, " riep Tipo, "je liet me even schrikken. Hoe is het met jou?"  De bonte specht lachte naar Tipo, eigenlijk had hij expres even gehamerd op de oude boom om zijn vriendje te laten schrikken. " Ik wilde je even waarschuwen Tipo," zei Spekkie. " Moet je eens naar links kijken, wat daar in de lucht te zien is."  
 
Tipo hoorde aan de stem van Spekkie dat wat hij zag heel gevaarlijk was. " Als die gekke slurf deze kant op komt, moet je maken dat je wegkomt, " zei de bonte specht. " Die neemt je mee de lucht in en gooit je zo in duizend stukjes ergens anders weer neer."  Diep onder de indruk keek Tipo naar die vreemde slurf die overal waar hij de grond raakte, allerlei dingen meesleurde. Tipo zag dat stukken van huizen en bomen vernield werden en werd wel even heel erg bang.  De andere dieren kregen er nu ook erg in,  opgewonden en angstig kropen ze zo diep mogelijk weg.  Toen Tipo riep dat ze niet bij oude grote bomen moesten schuilen, luisterden ze niet. Ze waren zo angstig, dat ze alleen maar dachten aan zo ver mogelijk weg kruipen.  
 
Spekkie zei tegen Tipo, " Kom, we gaan hier weg, hij komt deze kant op zo te zien! "  En terwijl Tipo en Spekkie zo hard als ze konden wegvlogen, naderde de donkere slurf steeds sneller en sneller. Zou die enge slurf ook onze kleine Tipo opzuigen??? Morgen horen we het.
 
Tipo vloog zo snel hij kon weg van de dreigende slurf. Gelukkig leek het wel of de wind alleen maar bij de slurf was en nog niet bij Tipo, zodat hij snel een heel stuk weg kon vliegen. Ook Spekkie de bonte specht hield de slurf met boze wind in de gaten. " Ik denk dat hij de andere kant uit gaat ." zei hij. Toen Tipo om durfde te kijken, zag hij inderdaad hoe de boze windslurf naar in een andere richting ging , als waar de twee vogeltjes waren gevlogen. Tipo 's hartje klopte van schrik en van inspanning. Was dat even hard wegvliegen geweest!!
 
Tipo haalde opgelucht adem. Spekkie vertelde hem dat dit soort boze wind vaak heel kort gevaarlijk is, meestal gaan ze naar het grote water. Daar zijn minder dieren, dus is het ook minder gevaarlijk. Op het land kan het wel heel gevaarlijk zijn, maar gelukkig verdween de boze slurfwolk in een andere richting.  Het onweerde nog steeds een beetje en Tipo zag hoe vuurarmen nog steeds uit de lucht omlaag kwamen. Dat vond hij nog veel enger. Mensen noemden het bliksem, maar voor Tipo was het een vuurarm. Als die met heel veel gedonder uit de lucht kwam, was er altijd iets stuk op de grond. Een boom of een huis of een dier, Tipo vond het heel eng.  
 
Spekkie wilde terugvliegen naar de plaats waar ze elkaar ontmoet hadden. Hij had daar vriendjes gehad en die waren zich gaan verstoppen voor het slechte weer. Hij wilde kijken of iedereen nog gezond was. Tipo vond dat wel een goed idee en vloog weer terug. Daar zag hij dat de wind en de bliksem toch wel wat bomen had stukgemaakt en ook stukken van mensennesten, zoals Spekkie de huizen en schuren van de mensen noemde, lagen her en der in het veld.
 
 
Tot grote schrik van Tipo zag hij dat de grote boom, waar Spekkie net nog in gehamerd had met zijn snavel , nu helemaal weg was. Enkel een stukje van de onderkant stond nog omhoog. Overal lagen stukken van boom en afgebroken takken.  Tipo hoorde dat een aantal dieren die zich hadden verstopt in de oude hoge boom nu nergens meer te vinden waren. Hij hoopte dat ze op tijd weggevlucht waren.
 
Gelukkig waren er wel veel dieren die net als Tipo zich niet zich hadden verstopt in een hoge boom en die warn nu allemaal blij en opgelucht dat de boze slurfwind en de vuurarm weer weg waren gegaan. En zo , terwijl in de verte de lucht nog donker zag en verlicht werd door steeds kleinere vuurarmen, dacht Tipo, dat hij maar blij was dat hij er nog was. Morgen werd het misschien wel weer mooi weer en wie weet wat hij dan weer zou beleven. Maar voorlopig vond hij één zo'n enge dag wel weer genoeg voor een hele tijd!
 
 

Tipo en de vrolijke hond
kinderen/basisschool | juli | 30 Juli 2006 | 23:38:10
Tipo was na de ontmoeting met de pauw toch nog maar een keertje terug gegaan naar het grote park. Daar liepen zoveel dieren en kwamen zoveel mensen, dat er elke dag wel leuke en spannende dingen te zien en te beleven waren voor een klein vogeltje!  En wat ook heel leuk was dat de mensen er voor zorgden dat het gras in het park lekker groen bleef ondanks de lange zomerse tijd. Met een apparaat lieten ze dan waterdruppels regenen op het gras en de struiken. Niet alleen de planten vonden dat lekker en bleven nu lekker groen en sappig, maar ook heel veel diertjes genoten van die dagelijkse watersproeimachine.  Doordat de grond lekker nat bleef, kwamen er ook veel wormen en torretjes en spinnetjes op af en andere kleine kruipende beestjes, waar vogeltjes heel erg gek op zijn!
Als dan ook de mensen er nog nootjes op hangen en bij bij vogelhuisjes zaadballen, dan begrijp je wel waarom er in het park zoveel vogels vliegen.
Foto: natuurfotograaf Mark Plomp, zie links.
 
Zo zag Tipo de zanglijster met zijn snavel vol met lekkere wormen door het gras springen
en al snel stond hij ook driftig te pikken, want oh, wat is dat toch lekker een vers hapje als het zo warm is! Tipo vond de zanglijster een erge mooie vogel. Niet alleen had hij met zijn spikkeltjes op zijn borst een hele goede bescherming als hij zich verstopte in de struiken want niemand zag hem dan bijna, de lijster kon enorm mooi fluiten. Tipo had dan wel een mooie staart , maar echt mooi fluiten nee dat kon hij niet. De lijster kon allerlei dieren zelfs na doen en als Tipo goed luisterde naar zijn liedjes, kon hij de geluiden die andere vogels maakten ook herkennen. Dat vond Tipo erg knap.  Plotseling kwam er een eind aan het gezellige hapjesfeest in het gras. De lijster vloog op en riep: "Pas op, bijtblaf, pas op bijtblaf! " Tipo wist dat de meeste vogels een hond zo noemden en snel vloog hij naar een boom om te kijken wat voor hond er op hen af kwam.  Hij zag dat er een zwart witte hond heel hard op het gras afrende en bijna zou hij van schrik er vandoor gaan. Wat een snelle hond was dat, wat wilde die hond doen?  En tot zijn verbazing sprong de hond zo in het water van het park. Alle eendjes kwaakten en schrokken er van. Zou de hond een eend willen opeten?? Morgen horen we meer, wanneer Tipo Jaeda ontmoet..  
Prive Foto   www.hondenfotografie.com
 
Tipo hipte van verbazing van tak naar tak, wat een vreemde hond was dat? Hij keek niet eens naar de geschrokken eendjes, maar pakte snel een bal uit het water vandaan en bracht die razendsnel naar een meisje.  Kennelijk  was dit meisje zijn bazinnetje want hij blafte vrolijk en keek voortdurend naar haar gezichtje.  Tipo had dat nog nooit zo bij een hond gezien, het leek wel of die hond probeerde te begrijpen wat zijn bazinnetje wilde, voordat ze het riep!  Tipo zag dat het meisje een soort deksel door de lucht liet zeilen en met een sprong ving de grappige hond die vliegende schotel zo uit de lucht op in zijn bek!  Razendsnel bracht hij hem naar zijn vrouwtje en blafte vrolijk dat hij nog een spelletje wilde. "Dat was helemaal geen gevaarlijke hond,"dacht Tipo,"dat is gewoon een hond, die heel veel plezier maakt met zijn bazinnetje."
Toen het meisje even niet oplette, vloog Tipo dichterbij en riep de hond. " Heey jij, grappig hondje,  je laat iedereen schrikken met je spelletjes! Het is maar goed dat je zo vrolijk bent!  En oh ja, ik ben Tipo, wie ben jij?" 
De hond keek Tipo verbaasd aan:  " Weet jij niet wat een border collie is?  Wij zijn allemaal zo blij als we een spel kunnen doen voor ons vrouwtje of baasje.  Wij houden van werken en hebben daar heel veel plezier in.  En mijn naam is Jaeda"
 
 
 
 
Tipo vond de hond helemaal niet eng meer,  hij zag wel dat de hond heel slim was en heel vrolijk van karakter. "Ik zag dat je een bal kon halen en een deksel, kan je nog meer leuke dingen? "  "Haha, een deksel!" blafte Jaeda " Dat heet een frisbie"  Tipo moest ook lachen, wat een vrolijke hond was dat, het leek wel of hij bijna zo slim als een mens was. Toen even later Tipo zag dat het meisje een soort tunnel maakte en ze zag dat Jaeda daar ook razendsnel doorheen kroop, terwijl het meisje hem vrolijk aanmoedigde, begreep Tipo wel dat de hond heel er gek op zijn bazinnetje was en andersom ook. Ook sprong de hond over een stok en bij alles holde het meisje met  hem mee.  Wat een leuk gezicht was dat! Af en toe kreeg Jaeda een lekker hapje van zijn bazinnetje omdat hij zo goed zijn best deed. Andere mensen in het park bleven nu ook kijken en applaudiseerden voor de slimme hond.
 
Prive Foto's door:    www.hondenfotografie.com  hond Jaeda
 
Tipo vond het maar wat leuk dat de hond in het park zo'n leuke demonstratie gaf en hij genoot voor tien!
 
En toen eindelijk het meisje met haar hond was uitgespeeld en de mensen langsaam weer verder liepen, zag Tipo dat het al weer behoorlijk laat op de dag geworden was. Hij was helemaal de tijd vergeten, zoveel plezier had hij gehad van de kunsten die de hond had laten zien.  En zoals een net vogeltje hoort te doen, vloog hij nog even naar Jaeda om hem te bedanken voor al het leuke wat hij had laten zien.  En toen hij afscheid nam van de hond, spreidde hij even zijn staartje uit, zodat de hond zijn mooie diamanten staartje kon zien. En de hond was zo verbaasd, dat hij Tipo verbaasd nakeek en vergat dat hij op twee pootjes liep en zo leerde Tipo hem een nieuw en grappig kunstje!!
 
Jaeda kijkt Tipo verbaasd na...
 
En morgen beleeft Tipo weer een nieuw avontuur!!
 
 

Home Ontwikkeld door punt.nl gehost door mijndomein.nl| sinds: 2006-02-04